Skip to content
RegistryGOV · 2026 · 333TopicGovernance and public administrationPosition40 of 40LanguageNederlandsEarlierThe Police and Our Nature: Looking Away Is Not a Free ChoiceShare
GOV·2026·333

Open brief aan de Gouverneur, de Staten en de regering van Aruba: wie is volgens de wet bevoegd?

Portret van mr. Lincoln D. Gomez in een zwart T-shirt, met op de achtergrond een plaquette met een blauwe vliegtuigstaart.

De Iberosol-uitspraak legt een bevoegdheidsprobleem bloot: een portefeuille kan politiek worden verplaatst, maar een wettelijke bevoegdheid verhuist niet automatisch mee. Waar is het landsbesluit van artikel 2a, derde lid?

Aan Zijne Excellentie de Gouverneur van Aruba, de leden van de Staten van Aruba, en de regering van Aruba

Excellenties,

De uitspraak van het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba van 30 september 2026 in de Iberosol-zaak legt een bevoegdheidsprobleem bloot dat naar mijn mening niet zou moeten wachten op een volgende rechtszaak.

Het Gerecht moest vaststellen welke minister bevoegd was om te beslissen over een verzoek om ontheffing op grond van de Natuurbeschermingsverordening. Het concludeerde dat de bestreden beschikkingen niet door de bevoegde minister waren genomen. Dat gebrek was reeds voldoende voor vernietiging. Maar de kwestie lijkt verder te reiken dan Iberosol. De uitspraak roept de vraag op of de juridische vertaling van de nieuwe ministeriële structuur voldoende is afgerond en, vooral, voldoende kenbaar is.

Een opmerkelijke overgangsconstructie

Bij AB 2025 no. 51 werd in het kader van de Landsbegroting 2026 als tijdelijk artikel 2a ingevoerd. Daarmee worden, in afwijking van de bestaande structuur van de Landsverordening instelling ministeries 2022 (LIM), zeven ministeries ingesteld. De constructie roept vragen op. De benamingen van verschillende ministeries in het eerste lid sluiten niet intuïtief aan bij de titels van de ministers die volgens het tweede lid met hun leiding zijn belast. Zo wordt het Ministerie van Huisvesting, Infrastructuur, Interne Diensten en Telecommunicatie geleid door de Minister van Arbeid, Energie en Integratie.

Over de politieke logica daarvan gaat deze brief niet. Juridisch gaat het om iets anders: voor burgers en bestuursorganen moet voldoende kenbaar zijn waar een aangelegenheid is ondergebracht en welke minister de daarbij behorende wettelijke bevoegdheden kan uitoefenen. Artikel 2a onderkent dat zelf. Het derde lid bepaalt dat de aangelegenheden die tot de zorg van elk ministerie behoren bij landsbesluit worden vastgesteld en dat dit landsbesluit in de Landscourant van Aruba wordt bekendgemaakt. Dat is geen administratief detail. De landsverordening bepaalt niet alleen dat de aangelegenheden nader moeten worden verdeeld, maar ook hoe die verdeling kenbaar moet worden gemaakt.

Toen moest ook de rechter puzzelen

Precies daar liep het Gerecht in Iberosol tegenaan. Het constateerde dat het in artikel 2a, derde lid, bedoelde landsbesluit nog niet tot stand was gekomen. Tegelijkertijd sloot de bestaande wettelijke toedeling van natuurbescherming niet aan bij de nieuwe ministeriële structuur. Het Gerecht moest daarom verschillende wettelijke bepalingen naast elkaar leggen om vast te stellen welke minister volgens het geldende recht bevoegd was. De politieke portefeuilleverdeling kon die formele bevoegdheidsvraag niet oplossen. Daarmee maakt Iberosol een belangrijk onderscheid zichtbaar: een portefeuille kan politiek worden verplaatst, maar een wettelijke bevoegdheid verhuist niet automatisch mee.

Pull quote: Een portefeuille kan politiek worden verplaatst, maar een wettelijke bevoegdheid verhuist niet automatisch mee.

En daarmee komen we bij de puzzel.

Een burger moet kunnen weten bij welke minister hij moet zijn. Een ondernemer moet weten welk bestuursorgaan over zijn aanvraag beslist. Een advocaat moet kunnen bepalen tegen welk bestuursorgaan hij procedeert. Een ambtenaar moet weten voor welke bevoegde minister hij een beschikking voorbereidt. En een minister moet kunnen vaststellen aan welke wettelijke bepaling hij zijn bevoegdheid ontleent. Iberosol laat zien dat uiteindelijk ook de rechter moest puzzelen. Als burgers, advocaten, ambtenaren, ministers én rechters verschillende wettelijke lagen en overgangsregelingen naast elkaar moeten leggen om vast te stellen welke minister volgens de wet bevoegd is, dan ligt het probleem niet bij de puzzelaars. Dan moeten we naar de puzzel kijken.

Pull quote: Het probleem ligt niet bij de puzzelaars. Dan moeten we naar de puzzel kijken.

Wat ik niet in de Landscourant heb gevonden

Na lezing van de uitspraak heb ik nagegaan of de in artikel 2a, derde lid, voorgeschreven toedeling inmiddels overeenkomstig die bepaling was bekendgemaakt. Ik heb daarvoor alle edities van de Landscourant van Aruba tot en met 12 oktober 2026 onderzocht: nummers 1 tot en met 20. Daarin heb ik drie landsbesluiten aangetroffen die uitvoering geven aan artikel 10 LIM en betrekking hebben op afzonderlijke diensten: de Directie Financiën, de Biblioteca Nacional Aruba en de Directie Koninkrijksrelaties en Europese Unie.

Maar artikel 10 LIM gaat over diensten binnen ministeries, hun instelling, organisatie en taken. Artikel 2a, derde lid, gaat over iets anders: welke aangelegenheden behoren tot de zorg van elk van de zeven ministeries? Een bekendmaking van een landsbesluit waarin die toedeling overeenkomstig artikel 2a, derde lid, wordt vastgesteld, heb ik in die volledige reeks niet aangetroffen. Dat betekent niet noodzakelijk dat het landsbesluit niet bestaat. Misschien is het vastgesteld. Misschien is het ook ondertekend. Maar als dat zo is, blijft de vraag waar de wettelijk voorgeschreven bekendmaking is. En als een landsbesluit wel is vastgesteld maar niet overeenkomstig de uitdrukkelijke wettelijke opdracht is bekendgemaakt, ontstaat een volgende juridische vraag: welke rechtsgevolgen kan die regeling dan hebben en kan de daarin opgenomen bevoegdheidsverdeling gedurende die periode wel aan burgers en rechtzoekenden worden tegengeworpen?

Het enkele bestaan van een landsbesluit is immers niet hetzelfde als een behoorlijk bekendgemaakte en daardoor voor de buitenwereld kenbare rechtsgrondslag. Juist wanneer de landsverordening de bekendmaking uitdrukkelijk voorschrijft, kan die stap niet eenvoudig worden overgeslagen.

Een kwestie van rechtszekerheid

Ik concludeer hiermee niet dat iedere beschikking die sinds de kabinetswisseling door een minister is genomen onbevoegd is. Voor iedere wettelijke bevoegdheid zal afzonderlijk moeten worden vastgesteld welk bestuursorgaan bevoegd is. Maar die voorzichtigheid mag de mogelijke consequentie ook niet verhullen. Een politieke portefeuilleverdeling schept op zichzelf geen wettelijke bestuursbevoegdheid. Indien een minister gedurende een bepaalde periode een portefeuille feitelijk uitoefende zonder dat de daarbij behorende bevoegdheid kon worden herleid tot een geldige wettelijke grondslag, ontstaat niet alleen een probleem voor toekomstige besluiten. Dan moet ook worden gekeken naar wat in die tussenliggende periode is gebeurd.

Welke beschikkingen zijn toen genomen? Welke besluiten zijn ondertekend? Welke andere publiekrechtelijke handelingen zijn verricht? En op welke wettelijke bevoegdheid berustten die op het moment waarop zij werden verricht?

Iberosol laat zien dat dit geen theoretische vraag is. Daar was het bevoegdheidsgebrek voldoende om de bestreden beschikkingen te vernietigen. Dat betekent niet dat hetzelfde automatisch geldt voor ieder ander besluit of iedere feitelijke handeling. Het betekent wél dat moet worden onderzocht of vergelijkbare bevoegdheidsgebreken zich elders hebben voorgedaan en, zo ja, welke rechtsgevolgen daaraan moeten worden verbonden. De relevante vraag is daarom niet alleen wie vandaag bevoegd is, maar ook vanaf welk moment iedere minister zijn bevoegdheid rechtsgeldig kon uitoefenen. Maar juist dát is het probleem. De organieke inrichting van de overheid behoort geen juridische speurtocht voor de rechtzoekende te zijn.

Daarom richt ik mij niet alleen tot de regering en de Staten, maar ook tot de Gouverneur. Indien het landsbesluit als bedoeld in artikel 2a, derde lid, daadwerkelijk is vastgesteld, rijst een eenvoudige feitelijke vraag: is het aan de Gouverneur ter ondertekening voorgelegd en door hem ondertekend? Zo ja, waar is het vervolgens, overeenkomstig de landsverordening, bekendgemaakt? Zo nee, wat is er gebeurd met de door artikel 2a voorgeschreven juridische uitwerking? Daarmee leg ik geen politieke verantwoordelijkheid bij de Gouverneur die bij ministers behoort te liggen. Maar waar het gaat om een landsbesluit dat, indien het bestaat, mede door de Gouverneur behoort te zijn ondertekend, kan ook zijn constitutionele positie niet buiten beschouwing blijven.

Negen vragen als checklist

Mijn analyse kan onjuist of onvolledig zijn. Daarom leg ik haar juist in het openbaar voor. Gebruik deze vragen desgewenst als checklist en toets mijn redenering aan de primaire bronnen.

  1. Is het landsbesluit als bedoeld in artikel 2a, derde lid, vastgesteld? Zo ja, wanneer, met welke inhoud en door wie is het ondertekend?
  2. Waar en wanneer is dat landsbesluit overeenkomstig artikel 2a, derde lid, in de Landscourant bekendgemaakt? Als het wel is vastgesteld maar niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, welke juridische gevolgen heeft dat?
  3. Welke aangelegenheden behoren juridisch tot de zorg van elk van de zeven ministeries? Niet volgens de politieke portefeuilleverdeling, maar volgens het geldende recht.
  4. Hoe verhouden de nog bestaande zorgtoedelingen in de LIM 2022 zich tot artikel 2a?
  5. Welke juridische betekenis heeft de ministeriële beschikking van 28 mei 2025, nr. DWJZ/2127/25? Hoe verhoudt de daarin beschreven verdeling van besluitvorming en ondertekening zich tot de bevoegdheden die bij landsverordening zijn toegekend?
  6. Zijn de bijzondere landsverordeningen waarin bevoegdheden aan ministers worden toegekend systematisch gecontroleerd op aansluiting bij de nieuwe ministeriële structuur?
  7. Vanaf welke datum kon iedere minister de aan zijn portefeuille verbonden wettelijke bevoegdheden daadwerkelijk rechtsgeldig uitoefenen? Een politieke portefeuilleverdeling en een wettelijke bevoegdheidstoedeling zijn niet noodzakelijk hetzelfde.
  8. Welke besluiten, beschikkingen en andere publiekrechtelijke handelingen zijn verricht in een periode waarin de betrokken minister zijn bevoegdheid mogelijk nog niet kon herleiden tot een geldige wettelijke grondslag? Dit vergt een inventarisatie per wettelijke bevoegdheid en per bestuursorgaan.
  9. Welke rechtsgevolgen hebben eventuele bevoegdheidsgebreken voor die besluiten en handelingen? Daarbij moet onder meer worden onderzocht of besluiten aantastbaar zijn, of gebreken kunnen worden hersteld en welke gevolgen dit heeft voor burgers en ondernemingen die op het handelen van de overheid hebben vertrouwd.

Dit zijn geen retorische vragen. Als mijn analyse niet klopt, wijs dan aan waar ze juridisch ontspoort. Wijs de geldende bepaling aan, het landsbesluit en de voorgeschreven bekendmaking. Laat zien hoe de bevoegdheidsketen juridisch sluit. Als die antwoorden er zijn, is het probleem voor een belangrijk deel opgelost. Als zij er niet zijn, verdient dat ook een duidelijk antwoord.

Een gedachte voor de rechterlijke macht

Iberosol geeft mij ten slotte ook aanleiding om een gedachte mee te geven aan de rechterlijke macht. Niet om buiten een concreet geschil deze bestuurlijke inrichting te onderzoeken of te herstellen. Dat is niet de taak van de rechter. Maar wanneer deze bevoegdheidsvraag zich opnieuw in een concrete zaak aandient, lijkt mij één vraag fundamenteel: kan het bestuursorgaan dat heeft beslist zijn bevoegdheid daadwerkelijk herleiden tot geldige en behoorlijk bekendgemaakte regelgeving? Dit wordt overigens in het bestuursrecht de 'extensieve toetsing' door de rechter genoemd. De beschikking kan prima in orde zijn, maar als de onderliggende wettelijke regeling niet voldoet, dan moet de rechter de beschikking toch nietig verklaren. Daarbij kan ook het tijdstip beslissend zijn. Niet alleen de vraag of een wettelijke bevoegdheidsgrondslag bestaat, maar ook wanneer die grondslag rechtsgeldig kon worden ingeroepen, kan relevant zijn. Een bevoegdheidsregeling die later tot stand komt of behoorlijk wordt bekendgemaakt, beantwoordt immers niet zonder meer de vraag op welke grondslag een eerder besluit is genomen. Iberosol hoeft immers niet noodzakelijk een geïsoleerd geval te zijn. Ook andere landsverordeningen kunnen bevoegdheden bevatten die niet zonder meer aansluiten bij de tijdelijke ministeriële structuur. Dat is geen uitnodiging aan de rechter om tot een bepaalde uitkomst te komen. Het is een uitnodiging om de vraag naar bevoegdheid te blijven stellen. Want voordat wordt beoordeeld wat een minister heeft besloten, moet soms eerst worden vastgesteld of juist die minister het besluit volgens de wet mocht nemen.

Leg de puzzel nu op tafel

De overheid mag van burgers en ondernemingen verlangen dat zij de wet naleven, termijnen bewaken, de juiste procedures volgen en zich tot het bevoegde bestuursorgaan wenden. Dan mogen zij van diezelfde overheid verlangen dat uit geldige en behoorlijk bekendgemaakte regelgeving voldoende kenbaar is welk bestuursorgaan bevoegd is. En wanneer daar gedurende een bepaalde periode geen duidelijk antwoord op bestond, moet ook onder ogen worden gezien wat dat betekent voor overheidshandelen dat in die periode heeft plaatsgevonden. Daarom leg ik deze analyse voor aan de Gouverneur, de Staten en de regering, en ter lezing aan de rechterlijke macht, de advocatuur, de ambtenarij en een ieder die dagelijks met deze regels moet werken.

Toets mijn redenering aan de primaire bronnen. Misschien heb ik iets over het hoofd gezien. Misschien bestaat het landsbesluit en is het rechtsgeldig bekendgemaakt op een wijze die ik niet heb aangetroffen. Misschien moet artikel 2a anders worden gelezen. Misschien bestaat er een andere wettelijke schakel die de bevoegdheidsketen afsluit. Als dat zo is, wijs haar aan. Maar als burgers, advocaten, ambtenaren, ministers en uiteindelijk rechters moeten puzzelen om te achterhalen welke minister volgens de wet bevoegd is, moeten we niet naar de puzzelaars blijven kijken. Dan moeten we de puzzel oplossen.

Iberosol heeft die puzzel zichtbaar gemaakt. Het is nu aan de verantwoordelijke instituties om duidelijk te maken hoe de juridische stukken in elkaar passen en, waar nodig, ervoor te zorgen dat zij dat ook daadwerkelijk doen.

Hoogachtend,

mr. Lincoln D. Gomez L.G. Smith Boulevard # 62

13 oktober 2026